ECLI:NL:GHAMS:2009:BI9006
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Krikke
- R.M. Steinhaus
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens onvoldoende behoedzaamheid bij vervolging asielzoeker met vals paspoort
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter over het gebruik van een vals paspoort door een vreemdeling die asiel wenst aan te vragen in Nederland. De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vervolging plaatsvond zonder af te wachten of de verdachte onder de bescherming van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag viel.
Het hof onderzocht het beleid van het OM en de toepassing van artikel 31-1 Verdrag, dat strafsancties verbiedt tegen vluchtelingen die rechtstreeks uit een bedreigd gebied komen en zich onverwijld melden. Het hof concludeerde dat het OM onvoldoende behoedzaamheid betrachtte door de asielprocedure niet af te wachten en dat het beleid van het OM in Haarlem afweek van de ministeriële richtlijnen.
De verdachte had verklaard via Syrië, Turkije en Griekenland te zijn gereisd en het valse paspoort in Griekenland te hebben verkregen. Het hof oordeelde dat dit niet uitsluit dat hij onder de bescherming van artikel 31-1 Verdrag kan vallen, mede omdat de Dublinverordening en nationale wetgeving geen directe toetsing van de vluchtelingenstatus door het OM of strafrechter voorschrijven.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, omdat het niet evident was dat de verdachte geen beroep op artikel 31-1 Verdrag toekomt en het OM te lichtvaardig had gehandeld.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte wegens onvoldoende behoedzaamheid en het niet afwachten van de asielprocedure.