ECLI:NL:GHAMS:2010:BL1439
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens onvoldoende betrouwbare identificatie rekeninghouders
Het Gerechtshof Amsterdam heeft in deze bestuursrechtelijke belastingzaak geoordeeld over de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente die de inspecteur aan belanghebbende had opgelegd wegens niet aangegeven buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxemburg.
Centraal stond de vraag of de inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende en zijn echtgenote de rekeninghouders waren van de betreffende rekeningen. Het Hof oordeelde dat het door de inspecteur gevolgde identificatieonderzoek onvoldoende betrouwbaar was, mede omdat de inspecteur niet kon aantonen dat er slechts één persoon met de betreffende namen in de gebruikte bestanden voorkwam. Hierdoor was onvoldoende onderbouwd dat belanghebbende en zijn echtgenote de rechthebbenden waren.
Als gevolg hiervan vernietigde het Hof de navorderingsaanslagen en de daaraan verbonden boetebeschikkingen en heffingsrente, met uitzondering van de aanslag over het jaar 2000. Voor dat jaar werd de aanslag verminderd op basis van interne compensatie, waarbij het belastbaar inkomen werd gecorrigeerd. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke en transparante identificatie van belastingplichtigen bij het opleggen van navorderingsaanslagen op basis van buitenlandse gegevens en stelt grenzen aan de bewijslast die de inspecteur moet dragen.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens onvoldoende betrouwbare identificatie, behoudens een aangepaste aanslag over 2000.