ECLI:NL:GHAMS:2010:BL8848
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging teruggeleiding kind naar Guatemala bij internationale kinderontvoering
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Utrecht die de terugkeer van haar kind naar Guatemala gelastte. De moeder had het kind in april 2009 zonder toestemming van de vader naar Nederland gebracht, terwijl het gezag gezamenlijk door beide ouders werd uitgeoefend.
Het hof oordeelt dat de overbrenging van het kind naar Nederland ongeoorloofd is in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag internationale kinderontvoering, omdat de moeder geen toestemming had van de vader. De moeder voerde aan dat terugkeer het kind blootstelt aan een ernstig risico op lichamelijk of geestelijk gevaar, maar het hof vond onvoldoende concrete aanwijzingen voor een dergelijk risico. Ook het beroep op de onveiligheid van het strafrechtelijk systeem in Guatemala werd verworpen.
Het hof bevestigt de eerdere beschikking van de rechtbank Utrecht en wijst het hoger beroep van de moeder af. Het kind moet terugkeren naar Guatemala, waar de vader en moeder gezamenlijk het gezag uitoefenen. De moeder was ontvankelijk in het hoger beroep, ondanks een te late indiening bij het gerechtshof Amsterdam, omdat het hoger beroep wel tijdig bij het gerechtshof ’s-Gravenhage was ingediend.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beschikking dat het kind terug moet naar Guatemala wegens ongeoorloofde overbrenging zonder toestemming van de vader.