ECLI:NL:GHAMS:2010:BN2346
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over winstuitdeling bij verkoop onroerende zaak aan directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende verkocht in 2000 een onroerende zaak aan haar directeur-grootaandeelhouder, waarbij de juridische levering pas in januari 2001 plaatsvond. Het geschil betrof het jaar waarin de winstuitdeling belast moest worden: 2000 volgens de inspecteur of 2001 volgens belanghebbende.
Het Hof stelde vast dat de economische eigendom en het risico reeds in 2000 waren overgegaan, waardoor de winstuitdeling in dat jaar moest worden verantwoord. Het standpunt van belanghebbende dat zij de winst in 2001 mocht aangeven, werd verworpen omdat dit niet strookte met goed koopmansgebruik en de gedragingen van partijen.
Daarnaast werd de opgelegde vergrijpboete bevestigd wegens voorwaardelijk opzet, maar wel verminderd met € 2.500 vanwege een lichte overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de boetebeschikking van de inspecteur, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De winstuitdeling bij de verkoop van de onroerende zaak moet in 2000 worden belast en de vergrijpboete wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.