ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3668
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep belastingaanslagen en boetebeschikkingen inzake gebruik taxi en kilometerstandmanipulatie
Belanghebbende, taxichauffeur en exploitant van een taxibedrijf, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes voor inkomstenbelasting (IB), belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) en motorrijtuigenbelasting (MRB). Centraal stond de vraag of de taxi met kenteken [AB-CD-02] in 1998 respectievelijk in de naheffingstijdvakken geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer werd gebruikt en of een kilometerstandonderbreker (KTO) was ingebouwd.
Het Hof acht het aannemelijk dat een KTO in de taxi was ingebouwd, waardoor de kilometeradministratie onbetrouwbaar werd. Belanghebbende slaagde er niet in dit te ontkrachten of overtuigend aan te tonen dat de taxi niet meer dan 1.000 kilometer privé werd gebruikt. Hierdoor werd de autokostenfictie toegepast en werden de navorderingsaanslagen IB en BPM gehandhaafd met boetes van 20%.
Ten aanzien van de MRB vernietigde het Hof de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat de inspecteur bevoegd was tot naheffing op grond van artikel 20 AWR Pro en niet artikel 76 Wet Pro MRB, en matigde de boete tot 10%. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur MRB tot betaling van proceskosten aan belanghebbende wegens het gegrond verklaren van het beroep tegen de boete. De langere duur van de procedure werd gerechtvaardigd door een geheimhoudingsprocedure en het horen van getuigen op verzoek van belanghebbende.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen IB en BPM bevestigd met boetes van 20%, uitspraak rechtbank MRB vernietigd, boete MRB verminderd tot 10% en proceskosten toegekend.