ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek kosten levensonderhoud studerende zoon zonder basisbeurs
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van kosten voor het levensonderhoud van zijn studerende zoon voor het jaar 2004. De zoon had geen recht meer op een basisbeurs maar ontving een studielening van €250 per maand en een netto inkomen van €595 per maand uit een dienstbetrekking. De inspecteur stelde dat deze eigen middelen van de zoon in aanmerking moeten worden genomen bij het bepalen van de aftrek.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof overweegt dat de studielening daadwerkelijk ter dekking van de kosten van levensonderhoud is gebruikt en dat de zoon vrijelijk over deze middelen kon beschikken. Hierdoor resteert slechts een bedrag van €122 per maand aan kosten die niet door de zoon zelf kunnen worden betaald.
Omdat de bijdrage van belanghebbende in de kosten van levensonderhoud van zijn zoon niet ten minste €386 per kwartaal bedraagt, is niet voldaan aan de voorwaarden voor aftrek. Het hof volgt de inspecteur en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door drie rechters en kan worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering van aftrek voor kosten levensonderhoud van de studerende zoon vanwege voldoende eigen middelen.