ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9667
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen belastingaanslagen en vergrijpboetes wegens niet aangegeven inkomsten uit criminele activiteiten
Belanghebbende werd geconfronteerd met aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing over de jaren 1998, 1999 en 2000, waarbij de inspecteur inkomsten uit criminele activiteiten meerekende. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof stelde vast dat voor 1998 onvoldoende bewijs was dat belanghebbende inkomsten uit criminele bron had genoten, mede omdat de organisatie in dat jaar geen drugstransport organiseerde en de storting op een Duitse bankrekening waarschijnlijk een lening van zijn vader betrof. Hierdoor werden de aanslagen en vergrijpboete voor 1998 verminderd.
Voor 1999 werd met omkering van de bewijslast aangenomen dat belanghebbende inkomsten uit criminele activiteiten had genoten en deze niet had aangegeven. De vergrijpboete van 25% werd bevestigd maar verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De aanslagen en boetes voor 2000 en de premie WAZ voor 1999 bleven gehandhaafd.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en oordeelde dat de heffingsrente terecht was berekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer op 30 september 2010.
Uitkomst: Aanslagen en boetes voor 1998 verminderd, boete voor 1999 verminderd, overige aanslagen en boetes bevestigd.