ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6110
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen belastingaanslagen en boetes wegens niet-aangegeven inkomsten uit inbouwen kilometertelleronderbrekers
Belanghebbende was betrokken bij het inbouwen van kilometertelleronderbrekers (kto’s) in Mercedessen tussen 1998 en 2000 en ontving daarvoor vergoedingen die hij niet heeft opgegeven in zijn belastingaangiften. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen op, inclusief vergrijpboetes van 50% tot 100%, gebaseerd op een redelijke schatting van de omzet en winst uit onderneming.
Belanghebbende voerde aan niet betrokken te zijn geweest bij het inbouwen van kto’s en stelde dat hem niet voor alle jaren aangiftebiljetten waren uitgereikt, waardoor omkering van de bewijslast niet mogelijk zou zijn. Het hof oordeelde dat belanghebbende wel degelijk ondernemer was en administratieplichtig, dat de inspecteur een redelijke schatting had gemaakt op basis van getuigenverklaringen, agenda’s en een rapport van het Nationaal Forensisch Instituut, en dat belanghebbende de bewijslast niet had weerlegd.
Het hof stelde vast dat de boetes passend zijn vanwege opzettelijk niet doen van aangifte, maar matigde deze tot 45% vanwege overschrijding van de redelijke termijn en onzekerheden in de schatting. Het hof vernietigde de eerdere uitspraak, verklaarde het hoger beroep gegrond, bevestigde de aanslagen en boetes met vermindering, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere uitspraak, verklaart het hoger beroep gegrond, bevestigt de aanslagen en matigt de boetes tot 45% wegens overschrijding redelijke termijn en omkering bewijslast.