ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7286
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen loonvordering bij traject 'werken met behoud van uitkering' onder WWB
De appellant heeft in het kader van zijn WWB-uitkering gedurende zes maanden werkzaamheden verricht bij een derde partij onder het traject 'werken met behoud van uitkering'. Achteraf is de WWB-uitkering teruggevorderd vanwege een vermogenstoets. De appellant vorderde vervolgens loon over deze periode van de gemeente, stellende dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst.
Het hof oordeelt dat de uitkering een publiekrechtelijke grondslag heeft en niet gelijkgesteld kan worden met loon. Het trajectcontract tussen de gemeente, appellant en de derde partij is geen arbeidsovereenkomst omdat de wil van partijen niet gericht was op het aangaan daarvan. De verplichting tot deelname is gebaseerd op een publiekrechtelijk besluit en niet op een privaatrechtelijke arbeidsrelatie.
Subsidiair stelde appellant dat de gemeente ongerechtvaardigd was verrijkt en dat er sprake was van een onrechtmatige daad. Deze gronden worden verworpen omdat de terugvordering formele rechtskracht heeft en appellant onvoldoende feiten heeft aangevoerd die de handelwijze van de gemeente onrechtmatig maken.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De loonvordering van appellant wordt afgewezen omdat geen arbeidsovereenkomst is ontstaan in het kader van het WWB-traject.