ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2799
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verliesgevende activiteiten en bron van inkomen in hout- en metaalbewerking
Belanghebbende verrichtte sinds 1993 werkzaamheden in de hout- en metaalbewerking ten behoeve van de scheepvaart en leverde producten aan vaste klanten en particulieren. Ondanks deelname aan het economische verkeer en het beogen van voordeel, behaalde hij in de jaren 1993 tot en met 2003 geen positieve resultaten, maar constante verliezen en geringe omzetten. De rechtbank had eerder geoordeeld dat er wel sprake was van een onderneming en recht op zelfstandigenaftrek.
De inspecteur stelde dat de activiteiten duurzaam verliesgevend waren en geen bron van inkomen vormden. Het Hof oordeelde dat de duurzame verliesgevendheid niet alleen retrospectief beoordeeld mag worden, maar dat bij aanvang van de activiteiten een redelijke verwachting van winst moet bestaan. In dit geval was het aannemelijk dat de activiteiten naar hun aard verliesgevend waren en in de sfeer van inkomensbesteding vielen, mede omdat belanghebbende bleef doorproduceren ondanks dalende vraag en toenemende voorraad.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond. Hierdoor werden de correcties van de inspecteur op de aftrekposten en verliezen bevestigd. Het Hof vond geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en wees op de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de activiteiten geen bron van inkomen vormen, waardoor aftrekposten worden afgewezen.