ECLI:NL:HR:2002:AD8760
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. Van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen voordeel uit deelname piramidespel voor belastingaanslag 1996
Belanghebbende werd voor het jaar 1996 aangeslagen voor inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 39.818. Na bezwaar en beroep bij het Hof, waarbij de aanslag werd gehandhaafd, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De zaak betrof deelname aan een piramidespel georganiseerd door B B.V., waarbij deelnemers een inleg van ƒ 5000 betaalden, waarvan ƒ 2000 door de organisator werd behouden en de rest werd verdeeld onder eerdere deelnemers. Verdere opbrengsten waren afhankelijk van het werven van nieuwe deelnemers en hun activiteiten. De Hoge Raad oordeelde dat het voordeel uit deelname speculatief was vanwege onvoorspelbare factoren buiten de invloedssfeer van de deelnemer.
Het Hof had terecht geoordeeld dat deelname aan het piramidespel geen bron van inkomen vormde omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs voordeel kon verwachten. Tevens faalde het beroep dat de Inspecteur in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou hebben gehandeld door bij positieve resultaten wel een bron van inkomen aan te nemen en bij verlies niet.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd omdat geen redelijkerwijs te verwachten voordeel uit deelname aan het piramidespel is aangetoond.