ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing reguliere tarief vennootschapsbelasting bij fiscale eenheid en geen toepassing artikel 25 BRK
Belanghebbende, een naar Nederlands recht op de Nederlandse Antillen gevestigde vennootschap, was moedermaatschappij van een fiscale eenheid met Nederlandse dochtermaatschappijen. Zij stelde zich op het standpunt dat zij als houdstermaatschappij in de zin van artikel 25 van Pro de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) moest worden aangemerkt, waardoor de belastingheffing over interne rentebetalingen beperkt zou zijn tot 4%.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen houdstermaatschappij is in de zin van artikel 25 BRK Pro, mede vanwege haar fiscale eenheid met actieve dochtermaatschappijen. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat de winst van de dochtermaatschappijen in Nederland wordt belast alsof deze door belanghebbende met een vaste inrichting in Nederland is behaald. De interne rentevordering binnen de fiscale eenheid wordt geacht niet te bestaan.
Belanghebbende voerde aan dat toepassing van het reguliere tarief tot dubbele belasting leidt en dat dit in strijd is met het EU-recht, waaronder de vrijheden van vestiging en kapitaalverkeer. Het hof verwierp deze betogen, overwegende dat de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen een interne situatie betreft en dat de EU-verdragsvrijheden niet van toepassing zijn op deze relatie. Ook de stelling dat de Moeder-dochterrichtlijn van toepassing is, werd verworpen.
Het hof concludeert dat de aanslagen vennootschapsbelasting terecht zijn vastgesteld tegen het reguliere tarief en dat de beroepen ongegrond zijn. Het incidentele hoger beroep van de inspecteur wordt niet inhoudelijk behandeld omdat het geen gunstiger resultaat kan opleveren. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geen houdstermaatschappij is en dat de interne rente binnen de fiscale eenheid tegen het reguliere vennootschapsbelastingtarief wordt belast.