ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing dividendbelasting op uitkering aan Antilliaanse aandeelhouder
Belanghebbende, een Nederlandse naamloze vennootschap, had dividend uitgekeerd aan haar enige aandeelhouder, [Y NV], een vennootschap gevestigd in de Nederlandse Antillen. Over deze dividenduitkering werd dividendbelasting ingehouden en afgedragen. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze inhouding, stellende dat deze in strijd was met de vrijheid van kapitaalverkeer zoals neergelegd in artikel 56 EG Pro-Verdrag.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de Nederlandse Antillen, gezien de bijzondere relatie binnen het Koninkrijk der Nederlanden, vanuit communautair rechtsperspectief niet als een derde land worden beschouwd. Hierdoor is artikel 56 EG Pro niet van toepassing op de dividenduitkering tussen Nederland en de Nederlandse Antillen.
Het hof overwoog verder dat het LGO-Besluit 2001, dat de associatie van landen en gebieden overzee met de Europese Gemeenschap regelt, niet van toepassing is op de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De dividendbelastingheffing is daarmee geen belemmering van het vrije kapitaalverkeer binnen de betekenis van het EG-Verdrag. Het beroep in hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De dividendbelasting op de uitkering aan de Antilliaanse aandeelhouder is terecht geheven.