ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6314
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aanslag en verzuimboete inkomstenbelasting hennepkwekerij
Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2004, gebaseerd op een redelijke schatting van inkomsten uit een hennepkwekerij. De aanslag werd opgelegd nadat in een schuur bij zijn woning een hennepkwekerij met 166 planten werd aangetroffen. Hoewel belanghebbende in een strafzaak werd vrijgesproken van het telen en verwerken van hennep, stelde de belastingrechter vast dat hij wel inkomsten uit de kwekerij had genoten.
De inspecteur baseerde de aanslag op een redelijke schatting, waarbij werd uitgegaan van twee oogsten in 2004, ondersteund door politie-informatie, energiediefstalrapporten van Eneco en deskundigenverklaringen. Belanghebbende betwistte deze schatting, maar het Hof oordeelde dat de inspecteur in redelijkheid tot zijn schatting kon komen. Tevens werd vastgesteld dat belanghebbende niet tijdig aangifte had gedaan, waardoor een verzuimboete van €113 terecht werd opgelegd.
De rechtbank had de redelijke termijn overschreden verklaard en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het Hof vernietigde dit oordeel en stelde dat de overschrijding van de redelijke termijn in de hoger beroepsfase niet onredelijk lang was, mede omdat beide partijen hoger beroep hadden ingesteld en er daardoor meer proceshandelingen waren. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van belanghebbende ongegrond, bevestigde de aanslag en de boete, maar vernietigde de proceskostenveroordeling aan de inspecteur. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, de aanslag en boete worden bevestigd, en de proceskostenveroordeling aan de inspecteur wordt vernietigd.