ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2315
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente na overschrijding streeftermijn definitieve aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende diende aangiften vennootschapsbelasting in voor de jaren 2006 en 2007, waarbij de inspecteur later correcties aanbracht en heffingsrente berekende over een periode langer dan één jaar na indiening. Belanghebbende stelde dat de heffingsrente beperkt moest worden tot één jaar na indiening, verwijzend naar de parlementaire geschiedenis en het Bedrijfsplan van de Belastingdienst, en beriep zich tevens op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 25 februari 2011 (BNB 2011/138), waarin is vastgesteld dat de termijn van één jaar slechts een streeftermijn is en geen afdwingbare verplichting. De inspecteur heeft een zekere vrijheid bij het uitvoeren van nader onderzoek en het opleggen van definitieve aanslagen.
Het Hof oordeelt dat de heffingsrente terecht is berekend over de gehele periode, omdat de correcties het gevolg zijn van onjuiste aangiften, ook al was belanghebbende te goeder trouw. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de voorlopige aanslagen en eerdere definitieve aanslagen geen uitdrukkelijke en gemotiveerde standpuntbepaling bevatten over de aangevoerde afwaarderingen.
Het Hof concludeert dat geen sprake is van onzorgvuldig handelen door de inspecteur en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de heffingsrente terecht is berekend over de volledige periode en beperkt deze niet tot één jaar na indiening van de aangiften.