ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3641
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonheffing over gereserveerde bonussen en rente in bonusregeling
Belanghebbende, jarenlang in dienst bij A, ontving in de jaren 1990-1996 jaarlijks een winstbonus waarvan een deel werd gereserveerd in een 'pot 60-65' met verdubbeling door A en rentevergoeding. De vraag was of over deze gereserveerde bedragen en rente reeds loonheffing verschuldigd was in de jaren van toekenning of pas bij uitbetaling.
Het Hof stelde vast dat de bonus pas na goedkeuring van de jaarrekening door de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) werd toegekend en dat de gereserveerde bedragen niet ter beschikking stonden van belanghebbende vóór de einddatum 1 augustus 2006. De overeenkomst van 27 april 2000 bevestigde dat de bonus pas op die datum zou worden uitgekeerd onder opschortende voorwaarden.
Hoewel belanghebbende stelde dat zij de gereserveerde bedragen te allen tijde kon opnemen, vond het Hof onvoldoende bewijs hiervoor en achtte het onaannemelijk dat partijen dit zo hadden bedoeld. De regeling was bedoeld om belanghebbende aan A te binden tot haar 60ste verjaardag. Het Hof volgde de inspecteur dat de bonusregeling consistent was met deze bedoeling en dat de loonheffing in 2007 terecht werd ingehouden bij uitbetaling.
De rechtbank had eerder een deel van de inhouding vernietigd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De inhouding van € 365.769 loonheffing in juni 2007 over de uitbetaling van gereserveerde bonussen was terecht.