ECLI:NL:GHAMS:2013:2433
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in belastinggeschil
Belanghebbende vorderde immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een belastinggeschil over aanmaningskosten van €14. De rechtbank had het verzoek afgewezen en het hoger beroep van belanghebbende is door het Gerechtshof Amsterdam eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn met ruim een jaar was overschreden, maar oordeelde dat gezien het geringe belang van het belastinggeschil de enkele vaststelling van de overschrijding voldoende compensatie bood. Het hof onderschreef dit oordeel en wees op het rechtszekerheidsbeginsel dat belastinggeschillen binnen een redelijke termijn moeten worden beslecht.
Het hof benadrukte dat de overschrijding van de redelijke termijn weliswaar spanning en frustratie kan veroorzaken, maar dat in dit geval geen aanleiding was voor een schadevergoeding. Ook werd geen griffierecht geheven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van immateriële schadevergoeding bevestigd.