ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ2857
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek fiscale eenheid wegens ontbreken financiële verwevenheid
Belanghebbenden verzochten om [Z] B.V. op te nemen in de fiscale eenheid met [A] B.V. en aanverwante vennootschappen. De inspecteur wees dit verzoek af wegens onvoldoende verwevenheid. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbenden ongegrond en het hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van verwevenheid in financieel opzicht, een vereiste voor het vormen van een fiscale eenheid volgens artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Hoewel organisatorische en economische verwevenheid werd erkend, ontbrak het aan financiële verwevenheid omdat geen van de aandeelhouders de meerderheid van de aandelen en zeggenschap in handen had.
Belanghebbenden stelden dat zij als samenwerkende groep moesten worden beschouwd, mede gezien hun gezamenlijke exploitatie, levenspartnerschap en gedeelde financiële belangen. Het hof verwierp dit, verwijzend naar jurisprudentie die vereist dat financiële verwevenheid onafhankelijk wordt beoordeeld en dat gelijke aandelenverdeling zonder stemafspraken niet voldoet.
Het hof concludeerde dat de aandelenverdeling van 50/50 tussen de twee natuurlijke personen geen financiële eenheid vormt en dat de bijkomende omstandigheden niet tot een ander oordeel leiden. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om fiscale eenheid is bevestigd.