ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3677
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en vergrijpboete inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende, accountant en fiscaal adviseur, had in 2004 inkomsten uit werkzaamheden voor klanten niet aangegeven in zijn belastingaangifte. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op. De rechtbank had de navorderingsaanslag verminderd, maar het hof herzag dit en stelde de aanslag op een redelijke schatting van € 22.842.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan, waardoor omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing was. De inspecteur had de navorderingsaanslag op een redelijke wijze geschat, mede gebaseerd op boekhoudkundige gegevens van klanten. De vergrijpboete van 50% werd passend geacht, maar verminderd tot 45% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast kende het hof belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van € 1.000 vanwege de lange duur van de bezwaarprocedure. De navorderingsaanslag, vergrijpboete en heffingsrente werden gehandhaafd, met de genoemde aanpassingen. De uitspraak werd gedaan door de vierde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 28 februari 2013.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd, de vergrijpboete verminderd tot 45% wegens termijnoverschrijding en een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toegekend.