Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1],
1.Het geding na verwijzing
2.Feiten
3.Beoordeling
’s-Gravenhage heeft volgens de Hoge Raad niet onderzocht of SRK door de handelwijze van [appellanten] in haar redelijke belangen is geschaad, althans vormt hetgeen het hof te ’s-Gravenhage heeft overwogen geen toereikende motivering voor het oordeel dat de door SRK aangevoerde nadelen — dat zij door het uitblijven van een reactie meer werk moest verrichten, en dat de vertraging de kans op een schikking verkleinde — voldoende klemmend waren.
6.3 Twijfel over aard en omvang van het juridisch geschil bij melding van de zaak.