Uitspraak
1.Gevoerde verweren
nieuweinformatie betreft waarbij de verdachte [bedrijf 1] in de gelegenheid wordt gesteld een verklaring te geven. Het hof merkt op dat een belangrijk deel van de ingelegde gelden blijkens de rapportages van de deskundigen ook pas in 2007 is ontvangen.
beschrijving taak/bescherming beleggers/Wte/Wft enz.
.De vermoedens werden te licht bevonden, en de AFM heeft zich vervolgens beperkt tot het geven van aanwijzingen aan de verdachte [bedrijf 1] aangaande
vervolgingmoet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. Een uitzonderlijk geval als zojuist bedoeld doet zich voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Indien een rechter tot het oordeel komt dat sprake is van zo een geval waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, gelden voor deze beslissing zware motiveringseisen.
opzettelijkeovertreding van de financiële toezichtwetgeving in de weg staat (B5).
fiscale correctiester zake van ingediende belastingaangiften, en daarmee op de winstbepaling op grond van de belastingwetgeving. De onderhavige vervolging ziet (kort gezegd) op
commune delictenzoals oplichting, witwassen en valsheid in geschrifte en op overtreding van de Wte en Wft.
2.Tenlastelegging
6 WED jo artikel 51 Wetboek Pro van Strafrecht)
3. Waardering van het bewijs
bewogen. Een en ander brengt mee dat niet snel tot een bewezenverklaring van de oplichting van alle 137 beleggers zal kunnen worden gekomen op basis van een algemene tenlastelegging. Dit kan slechts anders zijn als van een of meer in die tenlastelegging opgenomen bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen (al dan niet in onderling verband beschouwd) zonder aarzeling kan worden aangenomen dat a) alle beleggers daarvan kennis hebben genomen en b) dat het niet anders kan dan dat zij zich daardoor ook allen hebben laten leiden aangezien zij de kern van de overeenkomsten omvatten. In dit verband overweegt het hof dat dit - ook zonder dat de afzonderlijke beleggers daarover zijn gehoord - kan worden gezegd van hetgeen in feit 1) onder g), i), j) en k) (ondermeer het gegarandeerde rendement en de terugbetaling), is opgenomen.
voorzien vaneen accountantsverklaring naar de beleggers is gestuurd. Gelet hierop spreekt het hof de verdachte [verdachte] ook van het onder (l) ten laste gelegde vrij.
heeft in februari 2003 vier appartementen met elk een garage in Como (aan het Como meer) aangekocht.’. Vervolgens wordt vermeld: ‘De waarde van het onroerend goed dat in 2003 is aangekocht door de [bedrijf 6] : 4 appartementen in Como met 4 garages € 549.000. Ten aanzien van de appartementen in Geiselberg/Olang wordt vermeld dat deze in 2005 zijn aangekocht.
marktwaardevan de genoemde appartementen volgens het prospectus daarmee op € 5.766.525.
aanbetalingvan € 164.700. Daarmee was nog niet het bezit verkregen, maar (slechts) een recht op levering. In de navolgende jaren zijn de appartementen ook nimmer geleverd en is evenmin het restbedrag betaald. In tegendeel, na twee jaar wordt bij brief van 9 augustus 2005 de aanbetaling teruggevorderd.
zonderde projecten Comomeer werd apart bewaard in een kast op het kantoor van de verdachte [bedrijf 1] , en bleef voorbehouden aan (alleen) de AFM. De verdachte [verdachte] had de instructie gegeven om alleen de versie van het prospectus waarin opzettelijke onjuistheden stonden (met vermelding van meer onroerend goed dan de verdachte [bedrijf 1] bezat) aan beleggers te sturen.
gevangenisstrafvoor de duur van
86 (zesentachtig) dagen.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.