Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
vergoeden.
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Boekjaarwijziging en navorderingsaanslag Vpb 2004
Gerechtshof Amsterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2004 centraal, waarbij belanghebbende een boekjaarwijziging had doorgevoerd. De inspecteur stelde dat deze wijziging was gericht op het behalen van een incidenteel fiscaal voordeel, hetgeen door de rechtbank en het hof werd bevestigd. Belanghebbende voerde aan dat de wijziging verband hield met het beperken van risico’s na verkoop van aandelen, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Daarnaast was in geschil of belanghebbende dotaties aan een herinvesteringsreserve mocht doen voor de jaren 2004, 2005 en 2007. De rechtbank oordeelde dat het vereiste voornemen tot herinvestering niet aannemelijk was gemaakt, mede vanwege het ontbreken van tijdige aangiften en concrete bewijsstukken. Het hof bevestigde dit oordeel en wees het bewijsaanbod af wegens onvoldoende concretisering.
Verder werd een correctie van € 2.460.000 op een verliespost in 2005 door de rechtbank geaccepteerd, omdat belanghebbende de herkomst en verwerking daarvan onvoldoende had toegelicht. De boetebeschikkingen waren niet langer onderwerp van geschil. Het hof bevestigde de rechtbankuitspraak en wees het hoger beroep af, zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af, waarbij de navorderingsaanslag 2004 rechtsgeldig blijft en het herinvesteringsvoornemen wordt afgewezen.