Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Hof: per abuis gedagtekend 15 oktober 2018] heeft de inspecteur gereageerd op de brief van het Hof van 2 november 2018.
Partijen hebben verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat – voor zover nodig – stukken van de ene zaak ook als gedingstuk in de andere zaak worden aangemerkt. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2.2. Feiten
De toeslagen zijn berekend op basis van de volgende toetsingsinkomens: eiseres: € 21.113 en [Y] : € 19.000. Op basis van deze toetsingsinkomens is de zorgtoeslag op nihil vastgesteld en is het kindgebonden budget op € 492 vastgesteld.
(…)
U bezwaar is gericht tegen de hoogte van het toetsingsinkomen.”
De activiteiten van de onderneming bestaa[n] uit het exploiteren van een massagepraktijk.
Deze werkzaamheden worden zowel op het privé adres van de [ex-partner] als op locatie verricht. De clientèle van de onderneming bestaat uit één zakelijke cliënt, te weten [naam klant] . De overige cliënten zijn particulieren.
De onderneming hanteert de handelsnaam [naam onderneming] .
(…) Op 29 augustus 2014 heeft het onderhoud plaatsgevonden. Tijdens het onderhoud verklaarde belastingplichtige, dat als gevolg van zijn privé problemen en het ontbreken van administratieve know how vanaf april 2013
- buiten de facturatie aan [naam klant] geen administratie is verwerkt
- wel massage werkzaamheden zijn verricht, maar vanwege het ontbreken van
administratieve know how gemakshalve nihil aangiften voor de omzetbelasting zijn
ingediend.
(…)
Met belastingplichtige zijn (…) afspraken gemaakt.
(…)
Belastingplichtige zou de belastingdienst wekelijks over de ontwikkelingen van bovengenoemde afspraken informeren. Na een tweetal mailtjes/telefoontjes heeft belastingplichtige niets meer van zich laten horen.
(…)
Hierna is een afspraak gemaakt met (…) [naam klant] (…) (…). Tijdens het onderzoek werd duidelijk, dat belastingplichtige in de jaren 2013 en 2014 stoel massagewerkzaamheden heeft verricht.
(…)
Belastingplichtige verklaarde over zijn werkzaamheden bij [naam klant] het volgende:
- 2 a 3 dagen per maand worden de stoelmassages voor werknemers van [naam klant] verricht.
- Deze werkzaamheden vinden plaats op de locatie van [naam klant] .
- Een stoelmassage duurt 20 minuten.
- Belastingplichtige verricht de werkzaamheden met een eigen massagestoel.
- Er zijn alleen mondelinge afspraken en geen contract.
Uit de door (…) [naam klant] overgelegde facturen van het jaar 2013 bleek, dat belastingplichtige 3 a 4 dagen per maand de stoelmassage werkzaamheden [verrichtte]
(…)
Voor het jaar 2014 heeft belastingplichtige nog niet gefactureerd.
Belastingplichtige hanteerde in het jaar 2013 een uurtarief a € 62,50 (exclusief btw). Voor het jaar 2014 had[den] belastingplichtige en [naam klant] een tarief a € 25 (inclusief btw) per massage afgesproken.
ParticulierenBelastingplichtige verklaarde over zijn particuliere cliënten het volgende:
- De massages werden op afspraak verricht.
- De afspraken werden in een agenda bijgehouden.
- Een massage duurde 3 uur.
- Voor oude particuliere cliënten werd in het jaar 2013 een prijs ad € 65 (inclusief btw) per massage gehanteerd. Voor nieuwe particuliere cliënten werd een prijs ad € 90 (inclusief btw) per massage gehanteerd.
- Voor de particuliere cliënten werd in het jaar 2014 een prijs ad € 90 per massage gehanteerd.
- In het jaar 2013 zouden gemiddeld 10 massages per maand zijn verricht.
- In het jaar 2014 zouden als gevolg van de recessie het aantal massages per maand zijn verminderd.
Berekening omzet voor het jaar 2013
Belastingplichtige heeft geen administratie overgelegd.
(…)
[naam klant]Belastingplichtige heeft geen facturen overgelegd. Via een derde onderzoek bij [naam klant] zijn de facturen in het bezit van de Belastingdienst gekomen.
(…) omz(ex btw)
(…) € 11.031,25
(…)
Particulieren(…) omzet (excl. btw)
(…) € 7.686
Berekening omzet voor het jaar 2014
Belastingplichtige heeft geen administratie overgelegd. Belastingplichtige zou geen administratie hebben verwerkt. Als gevolg hiervan is de hoogte van de omzet van het jaar 2013 aangehouden.
(…)
Omzet (excl btw) € 11.031
(…)
ParticulierenBelastingplichtige heeft verklaard het hele jaar massagewerkzaamheden te hebben verricht.
Omzet (excl. btw) € 7.686”
Totaal kosten bij resultaat uit werkzaamheden 5.767”
Totaal kosten bij resultaat uit werkzaamheden 1.546
aangegeven verzamelinkomen -/- 2.686”
(…)
U kreeg die aanslagen omdat u destijds geen aangiften hebt gedaan. (…)
Om uw bezwaar goed te kunnen beoordelen, heb ik meer informatie nodig. Ik verzoek u de volgende vragen te beantwoorden (…).
Ik zou graag uw verzoeken voor deze oudere jaren zo spoedig mogelijk willen afhandelen. Daarom wil ik u vragen om uiterlijk binnen twee weken te reageren op mijn informatieverzoek.”
3.3. Geschil in hoger beroep
Of belanghebbende ontvankelijk is in haar bezwaar tegen de gelijktijdig met de beschikkingen toeslagen bekend gemaakte inkomensgegeven 2013 en 2014 van de ex-partner
Indien voormelde vraag bevestigend wordt beantwoord: of de inkomensgegevens van de
ex-partner tot te hoge bedragen voor de onderhavige jaren zijn vastgesteld.
4.4. Beoordeling van het geschil
De door eiseres genoemde wetsgeschiedenis met betrekking tot voormelde bepalingen brengt de rechtbank evenmin tot een ander oordeel. De rechtbank kan eiseres in zoverre volgen dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat met bovenvermelde bepalingen een uitbreiding van de rechtsbescherming is beoogd en dat het gemak van de burger hierbij voorop heeft gestaan.
Uit de parlementaire geschiedenis van genoemde bepalingen volgt echter niet dat de wetgever de mogelijkheid in het leven heeft willen roepen om rechtsmiddelen aan te wenden tegen inkomensgegevens van de (voormalige) toeslagpartner. Beoogd is aan te sluiten bij de fiscale procesregels.
Tevens heeft belanghebbende volgens haar een verzoek kunnen doen tot ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven van de ex-partner. Wat betreft de inkomensgegevens van de ex-partner stelt belanghebbende dat deze aanzienlijk lager zouden zijn dan de bij de beschikkingen toeslagen vastgestelde € 19.000.
Het Hof overweegt dat het bezwaar tegen de beschikking toeslagen 2014 eveneens binnen zes weken na dagtekening van die beschikking is ingediend.
betrokkenein de zin van artikel 21, onderdeel g, AWR. Dit houdt tevens in dat het Hof het andersluidende standpunt van de inspecteur verwerpt omdat het zou leiden tot een rechtstekort waardoor belanghebbende geen bezwaar zou kunnen maken tegen het inkomensgegeven van de ex-partner, terwijl dat inkomensgegeven medebepalend is voor de hoogte van de door haar te ontvangen toeslagen.
Kamerstukken II2006/07, 31085, nr. 3 , blz. 27-28):
Kamerstukken II2006/07, 31085, nr. 3, blz. 30-31):
Kamerstukken II2006/07, 31085, nr. 3, blz. 24). Jegens belanghebbende dient evenwel de vermelding in de onder 1.1.1 en 1.2.1 vermelde geschriften te worden aangemerkt als de eerste bekendmaking van de desbetreffende inkomensgegevens.
Het verdient dan de voorkeur om aan te sluiten bij de in artikel 21j, eerste lid, AWR voorziene systematiek in plaats van het bezwaar van belanghebbende tegen het besluit van de afnemer aan te merken als een verzoekschrift tot ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven.
5.5. Kosten
€ 2.816 = 5,5 (indienen beroepschrift, verschijnen ter zitting rechtbank, indienen hogerberoepschrift, verschijnen ter zitting Hof, verstrekken van inlichtingen, verschijnen ter zitting geheimhoudingskamer, verschijnen ter nadere zitting) x € 512 x wegingsfactor 1 x 1 voor samenhangende zaken.
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch uitsluitend voor zover het betreft de
beslissingen over het (rechtstreekse) beroep inzake het gelijktijdig met de beschikking
toeslagen 2013 bekende gemaakte inkomensgegeven van de ex-partner (kenmerken 16/798
en 16/4100);
de beschikking toeslagen 2014 bekende gemaakte inkomensgegeven van de ex-partner;
2014 betaalde griffierechten ten bedrage van € 296 (€ 124 + € 46 + € 126) aan
belanghebbende te vergoeden.