Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- met dagtekening 28 november 2014 (tot behoud van rechten) een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2001 (aanslag-nummer: [aanslagnummer] ), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 179.118 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 240.890 (hierna ook: de navorderingsaanslag 2001). Tevens is bij beschikking een bedrag van € 55.350 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2001 (aanslag-nummer: [aanslagnummer] ), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 66.615 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 272.612. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 36.693 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2002, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 36.115 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 278.271. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 28.215 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2003, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.869 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 335.981. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 31.556 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2004, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.500 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 376.217. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 29.934 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2005, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 64.088 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 397.134. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 27.291 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2006, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 79.408 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 408.589. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 26.340 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 15 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2007, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 87.619 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.057.920. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 7.488 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 26 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2008, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 108.759 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 362.000;
- met dagtekening 26 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2009, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 135.224 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 367.615;
- met dagtekening 26 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2010, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 118.241 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 337.061;
- met dagtekening 19 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2011, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 100.967 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 331.543;
- met dagtekening 19 november 2016 een navorderingsaanslag IB/PVV 2012, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 152.945, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.004.815 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 236.340;
- met dagtekening 9 november 2016 een aanslag IB/PVV 2013, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 127.267 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 257.241. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 3.926 aan belastingrente in rekening gebracht;
- met dagtekening 17 november 2016 een aanslag IB/PVV 2014, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 153.357 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 258.892. Tevens is bij beschikking een bedrag van € 2.394 aan belastingrente in rekening gebracht.
2.2. Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Navorderingsaanslag 2001
Hof:dit moet zijn: dinsdag 2 december 2014] is bezorgd, is volstrekt onvoldoende ter ontzenuwing van het vermoeden van ontvangst van de navorderingaanslag. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de stelling van verweerder dat de navorderingsaanslag 2001 binnen de wettelijke termijn is opgelegd. In zoverre is het beroep ongegrond.”