Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
[geïntimeerde sub 4],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak draait het om de uitleg en nakoming van een terugkooprecht op een strook grond die aan de tante van de geïntimeerden was verkocht. Het beding in de leveringsakte bepaalde dat de strook grond moest worden aangeboden aan de verkoper wanneer de koper het pand verkoopt, verhuurt of metterwoon verlaat, mits de verkoper nog daadwerkelijk in zijn woning woont.
Na het overlijden van de erflaatster, die de strook grond aan haar erfgenamen naliet, wenste de appellant gebruik te maken van zijn terugkooprecht. De geïntimeerden betwistten dit en stelden dat overlijden niet onder 'metterwoon verlaten' valt. De rechtbank had de vordering tot nakoming afgewezen, maar het hof oordeelde anders.
Het hof paste de Haviltex-maatstaf toe en concludeerde dat overlijden wel degelijk onder 'metterwoon verlaat' valt, en dat het recht tot terugkoop een wederkerig karakter heeft. De aanbiedingsplicht rust op de erfgenaam aan wie de strook grond is toebedeeld. Het hof veroordeelde deze erfgenaam tot nakoming van het terugkoopbeding, met dwangsommen voor het geval van niet-nakoming, en stelde dat het arrest de medewerking aan verkoop en levering kan vervangen.
De vordering tot opheffing van het conservatoire beslag werd afgewezen en de proceskosten werden aan de geïntimeerden opgelegd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot nakoming van het terugkooprecht toe en veroordeelt de erfgenaam tot aanbieding en levering van de strook grond, met dwangsommen bij niet-nakoming.