Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
namens [Stichting A] : [naam 2] (lid van de Raad van Toezicht ) - voorzitter
namens de [Stichting A] : hoofd economisch administratieve diensten - lid
namens [Y] : [naam 3] (CEO [Y] Facility Services ) - lid
4.Bedrijfsvoering 2008
a) Leiderschap
Het project wordt aangestuurd door een projectmanager, die bijgestaan wordt door assistent projectmanagers.
- [naam 4] , directeur [Y] Hospital Services
- [naam 5] , BUM [Y] Hospital Services
- [naam 6] , business controller [Y] Hospital Services
Indien de Joint Venture overeenkomst tussen [Stichting A] en [Y] Hospital Services eindigt, danwel indien de [Stichting A] in het kader van de Joint Venture Overeenkomst geen opdrachten meer verstrekt aan [X] B.V.
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Fiscale eenheid
5.Beoordeling van het geschil
tezamende leiding voerden en dat niet volstaat dat tussen hen niet-verwaarloosbare organisatorische betrekkingen bestaan.
samente bepalen, zelfs als vast zou staan dat [Y] daarin ook zeggenschap heeft. Belanghebbende heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat er dergelijke afspraken tussen belanghebbende en [Stichting A] zijn gemaakt. Gelet op de formulering van de Hoge Raad (‘in elk geval’) is daarmee evenwel nog niet gegeven dat geen sprake is van de vereiste organisatorische verwevenheid.
joint venture– er reeds op wijst dat [Stichting A] en [Y] hebben beoogd om
gezamenlijkleiding te voeren over belanghebbende. Het Hof volgt de inspecteur in zijn betoog in zoverre dat als sprake is van een situatie waarin [Y] en [Stichting A] gezamenlijk en op een gelijkwaardige wijze de leiding voeren over belanghebbende, dit aan het aannemen van een organisatorische verwevenheid tussen [Stichting A] en belanghebbende in de weg staat.
het bestuurvan belanghebbende. In haar brief aan de inspecteur van 18 oktober 2016 (punt 11b), heeft belanghebbende bovendien verklaard dat er geen leiding en toezicht bestond vanuit [Stichting A] op de rol van de statutaire bestuurder van belanghebbende ( [bestuurder 1] / [bestuurder 2] ). In een geval waarin geen toezicht op het bestuur wordt gehouden, is geen sprake van een ondergeschikt bestuur. Daar komt bij dat [bestuurder 1] zijn bestuurstaken ongeclausuleerd heeft overgedragen aan [Y] , als gevolg waarvan het toezicht door [Stichting A] nog meer op afstand kwam te staan. De omstandigheid dat [bestuurder 1] en later [bestuurder 2] op regelmatige basis door de [Y] -managers werden geïnformeerd over de gang van zaken, maakt dit niet anders, nu besturen meer behelst meer dan (achteraf) geïnformeerd worden. Dat [bestuurder 1] en [bestuurder 2] niet actief betrokken waren bij het bestuur van belanghebbende acht het Hof ook niet onaannemelijk, nu zij voor hun taak als bestuurder van belanghebbende niet werden bezoldigd.
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.