Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1],
Nemerlaer Holding B.V.),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure gaat het om een schorsingsincident na verwijzing door de Hoge Raad. De rechtbank ’s-Hertogenbosch had appellanten hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een geldsom, welke uitspraak in hoger beroep werd vernietigd. Na cassatie door geïntimeerden werd de zaak verwezen, waardoor het oorspronkelijke vonnis weer rechtskracht kreeg.
Appellanten vorderden schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 23 juni 2010, stellende dat zij al hadden betaald en dat executie onrechtmatig zou zijn zolang het hoger beroep niet was beslist. Het hof oordeelde dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is en dat het lopende hoger beroep de executie niet belemmert.
Wel werd vastgesteld dat ten aanzien van een van de geïntimeerden een restitutierisico bestaat dat executie misbruik van recht zou opleveren, zodat de executie jegens deze partij werd geschorst. Ten aanzien van de andere partijen werd de vordering tot schorsing afgewezen. De procedure tegen de failliete appellant werd geschorst ex art. 29 F Rv.
Uitkomst: Het hof schorst de executie jegens één geïntimeerde wegens restitutierisico, maar staat de tenuitvoerlegging van het vonnis verder toe.