Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbenden zijn erfgenamen van [X], die in 2007 overleed en een buitenlandse bankrekening bezat die niet was opgenomen in zijn belastingaangiften over 1995 en 1996. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op met heffingsrente. Belanghebbenden stelden dat de Belastingdienst niet voortvarend had gehandeld tussen ontvangst van de renseignementen in 2005 en het versturen van de vragenbrief in 2007, en dat daardoor het evenredigheidsbeginsel was geschonden.
De renseignementen bestonden uit gegevens van de Belgische belastingdienst over buitenlandse bankrekeningen, die door de FIOD-ECD werden omgezet in digitale bestanden. Een medewerker van de Belastingdienst ontwikkelde een model om rekeninghouders te identificeren, waarna het managementteam besloot tot een projectmatige aanpak, het zogenaamde 'Bank zonder naam'-project. Diverse werkzaamheden volgden, waaronder risicoanalyses, beleidsontwikkeling en coördinatie.
Het hof overwoog dat de Belastingdienst voldoende tijd moest krijgen om met zekerheid individuele belastingplichtigen vast te stellen en dat een projectmatige aanpak gerechtvaardigd was. Er was geen onverklaarbare vertraging van meer dan zes maanden. De organisatie en inrichting van de werkzaamheden waren zodanig dat voortvarendheid voldoende was gewaarborgd. Belanghebbenden hadden onvoldoende gesteld om dit oordeel te wijzigen.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de navorderingsaanslagen en heffingsrentebeschikkingen gehandhaafd bleven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen blijven gehandhaafd.