Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg over 2012 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een teruggave, zonder belastingrente. Na herziening van de aanslag werd belastingrente in rekening gebracht over een langere periode dan belanghebbende betwistte.
De Inspecteur wees het verzoek tot herziening van de belastingrentebeschikking af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank, die het ongegrond verklaarde. In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de belastingrente onterecht en te hoog was berekend, mede vanwege de inefficiënte verwerking van haar herziene aangifte.
Het Hof oordeelde dat de Belastingdienst haar systemen efficiënt mag inrichten en dat de Inspecteur niet onzorgvuldig had gehandeld bij het vaststellen van de voorlopige aanslag. Wel werd geoordeeld dat de renteperiode moest worden beperkt tot uiterlijk 14 weken na ontvangst van het herzieningsverzoek, waardoor de belastingrente moest worden verminderd.
De overige bezwaren van belanghebbende, waaronder strijd met redelijkheid en billijkheid en artikel 1 EVRM Pro, werden verworpen. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de belastingrente wordt verminderd tot 13 juni 2014.