Belanghebbende betaalde BPM over een heringevoerde auto en maakte bezwaar tegen deze betaling. De Inspecteur verklaarde het bezwaar gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe, maar weigerde belastingrente en rente over griffierechten.
De rechtbank stelde belanghebbende deels in het gelijk door belastingrente en proceskosten toe te kennen en griffierecht te vergoeden. Belanghebbende ging in hoger beroep over de hoorplicht, rentevergoeding, hoogte van proceskostenvergoeding en griffierechten.
Het Hof oordeelde dat geen schending van de hoorplicht was, dat de rentevergoeding over BPM correct was vastgesteld, en dat de griffierechten niet in strijd zijn met EU-recht. Wel werd de Inspecteur veroordeeld tot rentevergoeding over de terugbetaalde griffierechten en werd een proceskostenvergoeding van €525 toegekend.
De uitspraak bevestigt de toepassing van recente jurisprudentie over hoorplicht en griffierechten en verduidelijkt de voorwaarden voor rentevergoedingen over griffierechten.