Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de akte namens [appellante]
- de akte namens [geïntimeerde]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vordert appellant een verklaring voor recht dat geïntimeerde toerekenbaar tekortgeschoten is in zijn werkzaamheden als advocaat en aansprakelijk is voor schade. Geïntimeerde vordert in een incident op grond van artikel 843a (oud) Rv inzage in bepaalde processtukken, hetgeen de rechtbank toewijst in een tussenvonnis. Appellant stelt hoger beroep in tegen dit tussenvonnis.
Het hof oordeelt dat tegen het tussenvonnis slechts hoger beroep openstaat gelijktijdig met het eindvonnis, tenzij de rechter anders beslist. Er is geen verlof verleend voor tussentijds hoger beroep, zodat appellant niet-ontvankelijk is. Het hof bespreekt het overgangsrecht van het bewijsrecht en het tijdelijke appelverbod van artikel 337 lid 2 Rv Pro.
Appellant betoogt dat het onmiddellijkheidsbeginsel is geschonden omdat een andere rechter het tussenvonnis heeft gewezen dan de behandelend rechter, maar het hof stelt dat deze schending geen doorbrekingsgrond vormt voor het appelverbod. Het hof veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het tussenvonnis en veroordeeld tot proceskostenbetaling.