Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
- de vraag of [slachtoffer 1] op slag dood was
Door het onvolledige en onvolkomen pathologisch onderzoek kan de verificatie dan wel falsificatie van de (valse) bekentenissen van verdachte niet plaatsvinden, wat de waarheidsvinding onherstelbaar aantast.
gedagvaardvoor de heling en niet voor de moord/doodslag. Op grond van artikel 258, tweede lid, Sv (oud) geldt de dagvaarding en de kennisgeving daarvan aan de rechter-commissaris als beëindiging van het GVO. Evenals de raadsman komt het hof tot de conclusie dat in dat geval naderhand niet alsnog gedagvaard kon worden voor de moord/doodslag. Het hof concludeert daarmee dat verdachte met de dagvaarding voor de heling op dat moment, dus in 1996, niet verder is vervolgd voor de moord/doodslag op [slachtoffer 1] .
een opsporingsonderzoekvoor dit feit worden ingesteld indien nieuwe bezwaren bekend zijn geworden en daartoe een machtiging van de rechter-commissaris is verleend (lid 4).
Het WOD-traject
‘befriending’, maar niet is gebleken dat verdachte onder (hoge) druk is gezet of dat hij pas is gaan verklaren nadat hem was bevolen schoon schip te maken. Hierop zal het hof hierna nog nader ingaan.
- het verloop van het opsporingstraject;
- de eventueel reeds door de verdachte ingenomen proceshouding met betrekking tot de strafbare feiten waarvan hij wordt verdacht;
- de mate van (psychische) druk die in dat traject op de verdachte is uitgeoefend;
- de mate en de wijze van binnen dat traject toegepaste misleiding van de verdachte;
- de bemoeienis die opsporingsambtenaren hebben gehad met de inhoud van (wezenlijke onderdelen van) de door de verdachte afgelegde verklaring;
- de duur en intensiteit van dat traject;
- de strekking en frequentie van de contacten met de verdachte zelf;
- de in het vooruitzicht gestelde positieve of negatieve consequenties als de verdachte wel of juist geen opheldering geeft over bepaalde zaken.
Algemene overweging
Het overlijden van [slachtoffer 1]
- [slachtoffer 1] is op 23 februari 1996 tussen 12:15 en 18:45 uur overleden;
- hij is overleden door schoten door zijn hoofd, van dichtbij afgevuurd;
- daarbij is zeer waarschijnlijk gebruik gemaakt van een revolver van het kaliber .38 Special of het kaliber .357 Magnum.
Het wegnemen van geld
[het hof begrijpt: [getuige] ]aan de deur samen met twee andere mannen. De twee mannen laadden de harddisks in dozen en [getuige] en [slachtoffer 1] gingen aan tafel zitten rekenen, vermoedelijk om af te rekenen. [14]
[het hof begrijpt: [getuige] ]in Nederland 160 harddisks te hebben gekocht voor een bedrag van 40.000 gulden. [16]
[het hof begrijpt: vrijdagavond 23 februari 1996]bij hem langs zou brengen. Dat is niet meer gebeurd, omdat [slachtoffer 1] is overleden. [25]
[het hof: van de flatwoning aan de [adres ] ]overhoop waren gehaald. De kast in de slaapkamer van huisgenoot [getuige] maakte een doorzochte indruk. Op de vloer voor de kast lagen verschillende goederen. Verder lagen er op de vloer onder meer een cd-speler voor in de auto en een videorecorder. [26] Het bed in de slaapkamer van [slachtoffer 1] was overhoop gehaald. Het dekbed, kussen en de hoes waren weggetrokken naar de onderzijde van het bed. De beide deuren van de kast in de slaapkamer stonden open en op de grond in de kast lagen diverse papieren en goederen. De kast maakte een doorzochte indruk. Ook op de slaapkamervloer lagen diverse papieren. Achter de televisie lag wat geld op de grond. [27] In de doorzochte kast op de slaapkamer van [slachtoffer 1] werden diverse papieren aangetroffen, waaronder het rijbewijs van [slachtoffer 1] , zijn paspoort en het kentekenbewijs van zijn auto. Daarnaast werd een kunststof hoesje van het formaat kentekenbewijs aangetroffen met daarin twee kartonnetjes om een joint te draaien en een klein gripzakje met wiet. [28]
Betrokkenheid verdachte
[hof: [getuige] ; de toenmalige partner van verdachte]heeft de deurwaarder te woord gestaan. Er zou later die dag betaald worden, omdat er geen geld in huis was. [40]
- verdachte had op 23 februari 1996 om 11:31 uur geen geld om de deurwaarder te kunnen betalen;
- om 13:31 uur beschikte hij wel over contant geld om de dwangsom te voldoen;
- verdachte heeft geen verklaring gegeven hoe hij aan dit geld is gekomen.
- omstreeks 12 uur deurwaarder;
- [verdachte] daarna aangekleed;
- honden uitgelaten;
- boodschappen gedaan op het [locatie 2] .
- een Nederlandse vrouw met een gezet postuur, een rode winterjas met zwarte schouderstukken en een kleine zwarte keeshond;
- een oudere man met een bril en een baard (een soort Chriet Titulaer baard) en grijs haar, met een boomer hondje;
- ook kan hij [getuige] zijn tegengekomen met zijn dobermann.
[het hof begrijpt: 1996]kwam [slachtoffer 1] samen met een jongen bij getuige die zich voorstelde als [verdachte] . Deze persoon droeg een staartje en het viel getuige op dat hij iets aan zijn ogen had. Het leek of hij iets scheel was. Volgens [getuige] is het laatste contact tussen hem en [slachtoffer 1] eind januari
[het hof begrijpt: 1996]geweest. Daarna heeft hij zowel telefonisch of persoonlijk geen contact meer gehad met [slachtoffer 1] . [55]
[hof: [getuige] , ex-partner verdachte]naar haar toe kwam en zei: “ [verdachte] heb [slachtoffer 1] doodgeschoten”. Zij heeft hier nooit over gesproken en altijd haar mond dicht gehouden. Zij durfde het ook niet eerder te vertellen. Voor haar gevoel was het net gebeurd toen haar schoonzus dit aan haar vertelde. Haar schoonzus was soort van in paniek, namelijk emotioneel en overstuur. [72]
[hof: [getuige] ], op 28 februari 1996 omstreeks 10.15 uur in coffeeshop [bedrijf 1] was. Tijdens het gesprek met haar over [slachtoffer 1] en een dader raakte zij behoorlijk overstuur en begon zij te huilen. Er werd namelijk over gesproken dat als de dader gepakt zou worden het te hopen was dat deze lang opgesloten zou worden. [getuige] vond haar reactie vreemd, omdat hij zich niet voor kon stellen dat zij zou huilen om [slachtoffer 1] omdat zij [slachtoffer 1] niet zo goed kende. [76]
Conclusie
zijngeld was. Ook blijkt dat verdachte nadat hij bij [slachtoffer 1] was geweest over geld beschikte dat hij daarvoor niet had. Het hof heeft hiervoor ook vastgesteld dat [slachtoffer 1] nog over een groot geldbedrag zou moeten beschikken dat hij in het mapje van het kentekenbewijs bewaarde en dat dit mapje tijdens de doorzoeking van de woning leeg is aangetroffen.
(Overige) voorwaardelijke verzoeken
Eerlijk proces als geheel
Bewezenverklaring
of omstreeks23 februari 1996 te [plaats 1] , [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door meerdere malen
, althans eenmaal,met een vuurwapen
(een
)kogel
(s)op die [slachtoffer 1] af te vuren en
/ofdie [slachtoffer 1] in het hoofd
, althans het lichaamte raken, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal van
een geldbedrag van (ongeveer) 13.000 gulden, althanseen (groot) geldbedrag, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken
en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
De beoordeling van de civiele vorderingen
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) jaren en 6 (zes) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [nabestaanden]
€ 29.705,00 (negenentwintigduizend zevenhonderdvijf euro) bestaande uit € 4.705,00 (vierduizend zevenhonderdvijf euro) materiële schade en € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [nabestaanden]
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.