ECLI:NL:GHDHA:2015:32
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake effectenleaseovereenkomsten en oneerlijkheid beding resterende maandtermijnen
In deze civiele zaak staat de beoordeling van effectenleaseovereenkomsten tussen appellant en Dexia centraal. Appellant vordert onder meer afwijzing van Dexia's vorderingen, schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen, terugbetaling van onverschuldigde betalingen en het doorhalen van betalingscoderingen. Dexia vordert betaling van een deel van de eindafrekening.
Het hof bevestigt dat Dexia haar zorgplicht heeft geschonden door appellant onvoldoende te waarschuwen voor het risico van een restschuld, maar wijst het beroep op gebrek aan eigen schuld af. Het hof verwerpt ook het standpunt dat er sprake is van een adviesrelatie tussen Dexia en appellant, en stelt vast dat de beleggingstechnische gebreken inherent zijn aan het effectenleaseproduct.
Ten aanzien van het beding in de leaseovereenkomst dat betaling van resterende maandtermijnen naast de hoofdsom voorschrijft, overweegt het hof dat dit beding mogelijk oneerlijk is omdat het de consument een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt. Dexia wordt in de gelegenheid gesteld haar standpunt nader toe te lichten en berekeningen te overleggen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere berekening en beoordeling van het beding over resterende maandtermijnen; Dexia moet haar standpunt nader toelichten.