Belanghebbende was in bezwaar gegaan tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 2008, 2009 en 2010 betreffende de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). De rechtbank had deels de beroepen gegrond verklaard en aanslagen en boetes verminderd.
In hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag bereikten partijen een compromis waarbij de navorderingsaanslag IB/PVV 2009 werd verminderd door de stakingswinst te verlagen van €155.101 naar €100.000, de boete werd verlaagd van 25% naar 10%, en de aanslag IB/PVV 2010 werd aangepast door de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen te verlagen met de waarde van een onroerende zaak, resulterend in een belastbaar inkomen van €9.871.
Het hof bevestigde de overige uitspraken van de rechtbank, vernietigde de aanslagen en boetebeschikkingen voor zover gewijzigd, en gelastte de Inspecteur het griffierecht van €123 aan belanghebbende te vergoeden. Partijen dragen hun eigen proceskosten. De uitspraak werd op 10 juni 2016 in het openbaar uitgesproken.