Belanghebbende heeft meerdere verzoeken tot ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zorgverzekeringswet over de jaren 2009 en 2010 ingediend. Deze verzoeken werden afgewezen door de inspecteur, waarna belanghebbende bezwaar en beroep instelde. De rechtbank heeft belanghebbende verplicht te verschijnen op de zitting, maar hij is niet verschenen en heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
De rechtbank oordeelt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn wegens misbruik van recht. Belanghebbende probeert de aanslagen, die na een in 2016 door het Gerechtshof Den Haag vastgelegd compromis zijn vastgesteld en betaald, herhaaldelijk ter discussie te stellen zonder redelijk doel. Daarnaast is zijn wijze van procederen chaotisch en belastend voor de rechtspraak.
Het verzoek om toekenning van een dwangsom wordt eveneens afgewezen. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur binnen twee weken na ingebrekestelling alsnog besliste. De rechtbank beoordeelt de zaken niet inhoudelijk en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en geen proceskostenvergoeding.