Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 juni 2019
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [O] , de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Geschil, standpunten en conclusies van partijen
Oordeel van de rechtbank
Ontvankelijkheid van de beroepen in de zaken SGR 18/630 en SGR 18/631
(…)
Een onderscheid in naam als 'irrevocable' of 'revocable', 'discretionary' of 'fixed' of een ander onderscheid is voor de toepassing van artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet van belang. Van belang zijn steeds de feiten en omstandigheden. Als het afgezonderd particulier vermogen discretionair is, is de voorgestelde toerekening aan de orde. Als het afgezonderd particulier vermogen non-discretionair is, wordt toegerekend aan de gerechtigde in plaats van aan de inbrenger of diens erfgenamen. Is de rechtsfiguur deels discretionair en deels non-discretionair dan geldt artikel 2.14a Wet inkomstenbelasting 2001 alleen voor het discretionaire deel.” (
Kamerstukken II2008/09, 31 930, nr. 3, blz. 51–52).
Kamerstukken II2008/09, 31 930, nr. 3, blz. 9-11)
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.