Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Waar de zaak over gaat
2.Het procesverloop in hoger beroep
3.De feiten
“
Ik ben tijdens mijn beoordelingsgesprek aangesproken op het volgende.
Ik heb het contract met [verzoeker] doorgenomen en aangepast. Zie bijgaand.
4.Procedure bij de kantonrechter
5.De beoordeling in hoger beroep
X/Gemeente Amsterdam) aangelegde maatstaf sprake is van een (niet rechtsgeldig beëindigde) arbeidsovereenkomst. [verzoeker] betoogt daarbij in grief 4 dat hij de hem in 2019 aangeboden arbeidsovereenkomst had willen tekenen.
Niet van belang is of partijen al of niet de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Vastgesteld moet worden welke rechten en verplichtingen zij zijn overeengekomen waarna bezien kan worden of de rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.
b. De beloning van [verzoeker] voor zijn werkzaamheden was zowel bij [bedrijf 1] als later bij MDG gebaseerd op de toezending van maandelijkse facturen op naam van zijn eenmanszaak. Dit betrof een vast afgesproken bedrag, ongeacht het aantal uren dat hij werkte. Daarbij bracht [verzoeker] btw in rekening, presenteerde hij zich naar de fiscus als ondernemer en genoot hij in die hoedanigheid fiscale faciliteiten. Hij ontving geen loonstroken of vakantiegeld en op de aan hem verrichte betalingen werd geen loonbelasting ingehouden of werden daarvan premies afgedragen. Er zijn evenmin aanwijzingen dat [verzoeker] wel om loonstroken heeft gevraagd.
[verzoeker] blijft werkzaam voor MDG-Techniek Holland b.v. op ZZP basis als compensatie mag hij van mij € 6.000,- factureren i.p.v. de standaard € 4.000,- dit benadruk ik als compensatie gezien hij geen partner kon worden. Zo bouw je ook wat op van je 54 e tot je 65 Praten we over een behoorlijk bedrag extra.” [verzoeker] heeft deze verklaring van [naam 2] niet voldoende weersproken of weerlegd.