Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 februari 2024
[X] , te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Strijdigheid Unierecht?
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende had een naheffingsaanslag BPM ontvangen na registratie van een Mercedes Benz A-klasse 45 AMG 4MATIC. De naheffingsaanslag was gebaseerd op een hogere waardering dan door belanghebbende was opgegeven, mede vanwege een verschil in gehanteerde historische nieuwprijs en het ontbreken van een waardecorrectie voor ex-schade.
De Rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd en belanghebbende toegekende immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat voor de BPM-berekening de CO2-uitstoot van de auto zelf moet worden gebruikt en niet die van referentievoertuigen. Tevens werd vastgesteld dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een waardevermindering wegens ex-schade gerechtvaardigd was.
Verder wees het Hof het beroep op het tarief van 2017 af omdat niet was aangetoond dat de auto binnen twee maanden na tariefwijziging was tenaamgesteld zonder eerdere tenaamstelling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens. Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag BPM zonder waardecorrectie ex-schade en wijst het beroep op het tarief van 2017 af.