Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[verweerder 2],
[verweerder 3],
Dexia,
[verweerder 1]en
[verweerder 2] c.s.
Gerechtshof Den Haag
Dexia Nederland B.V. verzoekt het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten in hoger beroepzaken tegen [verweerder 1] en [verweerder 2] c.s. Deze zaken betreffen effectenleaseovereenkomsten waarbij Spaar Select als tussenpersoon was betrokken. De kernvraag is of Spaar Select vergunningsplichtig advies heeft gegeven en of Dexia daarvan op de hoogte was.
De kantonrechter heeft eerder geoordeeld dat Dexia onrechtmatig handelde en dat de restschulden niet verschuldigd zijn. Dexia wil met het getuigenverhoor duidelijkheid verkrijgen over de vaste werkwijze van Spaar Select en over de kennis van Dexia omtrent de vergunningsplichtige advisering. Het hof beoordeelt het verzoek en concludeert dat het verzoek over de vaste werkwijze toewijsbaar is, omdat dit relevant is voor de hoofdzaken.
Het verzoek over de kennis van Dexia omtrent de vergunningsplichtige advisering wordt afgewezen, omdat dit niet van belang is voor de beoordeling in de hoofdzaken. Het hof wijst het getuigenverhoor toe voor 10 januari 2024 en benoemt mr. C.A. Joustra als raadsheer-commissaris. De beslissing omtrent proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe over de vaste werkwijze van Spaar Select en wijst het verzoek over Dexia's kennis van vergunningsplichtige advisering af.