Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 17 oktober 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de boetebeschikkingen IB/PVV over de jaren 2009 tot en met 2015 en Recht van Successie 2008 tot de bedragen berekend overeenkomstig hetgeen hiervoor onder punt 27 is bepaald;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.000;
- draagt verweerder op het in de zaken HAA 20/1724 en HAA 20/2751 betaalde griffierecht van € 48, derhalve een totaal van € 96, aan eiser te vergoeden..”
.De zaken zijn gezamenlijk behandeld met de zaken BK-23/00283 tot en met BK-23/00288 van [B] , de broer van belanghebbende. Hetgeen in de ene zaak is aangevoerd wordt geacht te zijn aangevoerd in de andere zaken, tenzij hetgeen is aangevoerd uitsluitend op die ene zaak betrekking heeft. Van het verhandelde ter zitting is één proces-verbaal opgemaakt. De Inspecteur heeft op verzoek van Hof op 6 september 2023 nog enige cijfermatige gegevens ingezonden. Het Hof heeft deze gegevens op 8 september 2023 doorgezonden aan de gemachtigde van belanghebbende.
Feiten
Hof] wensen in te keren vindt zijn oorsprong in een stoffenhandel van de vader van belanghebbenden, de heer [C] , die in 1969 overleed. Zijn nalatenschap is verdeeld in drie gelijke delen onder zijn echtgenote mevrouw [A] en hun twee (op dat moment minderjarige) kinderen [B] en [belanghebbende] . Zie bijgevoegd als bijlage 1 de aangifte successierecht van destijds.
Hof] (volledig) op de hoogte van de totale omvang van hun tot dan moment in Zwitserland verborgen erfdelen.”
“Motivering boeten
niet tijdigevrijwillige verbetering wordt met deze situatie rekening gehouden.
Strafverzwarende - en strafverminderende omstandigheden
“Omschrijving (buitenlandse) inkomens- en/of vermogensbestanddelen:
Omschrijving herkomst van het vermogen:
Oordeel van de Rechtbank
Vrijwillige inkeer?
Geding na cassatie
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Hof] (vóór 27 oktober 2015) door de UBS-bank zijn ingelicht (…)” en ter zitting van de Rechtbank op 2 april 2021 heeft de gemachtigde (blijkens het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting) betoogd: “ik heb contact gehad met eiseres [belanghebbende,
Hof]en haar broer [ [B] ,
Hof] over de vraag of ze brieven van UBS Bank hebben gehad, over fiscale transparantie etc. Zij vertelden mij dat het geweten de reden was voor de inkeer.”