Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 26 oktober 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Oordeel van de Rechtbank
Verzekerings- en premieplicht
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, werkzaam als bemanningslid op binnenvaartschepen in het Rijnstroomgebied, was in 2017 en 2018 in dienst bij een werkgever in Liechtenstein. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verklaarde de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing via een onherroepelijke A1-verklaring voor de periode 2015-2019. Ondanks een latere A1-verklaring van Liechtenstein vanaf september 2018, blijft de Nederlandse verklaring bindend.
De Inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op zonder vrijstelling of aftrek voor buitenlandse premies. Belanghebbende voerde aan dat dubbele premieheffing onrechtvaardig is en dat artikel 73 van Pro de Toepassingsverordening verrekening van premies vereist. Het hof oordeelt dat de Belastingdienst en rechter gebonden zijn aan de SVB-verklaring en dat artikel 73 geen Pro grond biedt voor verrekening in deze procedure. De regeling tijdelijke tegemoetkoming Rijnvarenden is niet van toepassing.
Verder is het verzoek om aftrek op grond van de werkkostenregeling niet aannemelijk gemaakt. Het hof bevestigt dat de Inspecteur niet onzorgvuldig of disproportioneel heeft gehandeld en dat het onderzoek naar de aangiften niet onrechtmatig was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen IB/PVV voor 2017 en 2018 worden bevestigd zonder verrekening van buitenlandse premies.