ECLI:NL:CRVB:2018:2467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens ontbreken Nederlandse zorgverzekering volgens Zvw
Appellant, werkzaam als Rijnvarende in verschillende EU-lidstaten, kreeg een boete opgelegd door CAK omdat hij niet tijdig een zorgverzekering had afgesloten die voldoet aan de Zorgverzekeringswet (Zvw). Hoewel appellant een verzekering bij ONVZ had afgesloten, stelde CAK dat deze verzekering niet voldeed aan de eisen van de Zvw.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellant verplicht verzekerd was op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en dus ook verplicht was een zorgverzekering volgens de Zvw te hebben. Appellant betwistte dit, maar trok later zijn beroep tegen het Svb-besluit in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het boetebesluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verzekering wel voldeed en dat het Svb-besluit onterecht was gevolgd. De Raad overwoog dat de verzekering niet was aangemeld bij het CAK en dus niet als zorgverzekering in de zin van de Zvw geldt. Ook was appellant verwijtbaar omdat hij niet tijdig reageerde op de aanmaning. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering volgens de Zvw wordt bevestigd.