Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 26 oktober 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Verzekerings- en premieplicht
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een werknemer aan boord van een binnenschip in de Rijnvaart, was in 2017 werkzaam voor een werkgever gevestigd in Liechtenstein. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) had een onherroepelijke A1-verklaring afgegeven die stelde dat de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving op belanghebbende van toepassing was. De Inspecteur legde een aanslag IB/PVV op en weigerde premievrijstelling.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel. Het hof benadrukt dat de Inspecteur en belastingrechter gebonden zijn aan de A1-verklaring zolang deze niet is ingetrokken of ongeldig verklaard. Verzoeken tot premievrijstelling of verrekening van buitenlandse premies kunnen niet door de Inspecteur worden ingewilligd, maar dienen via de bevoegde autoriteiten te worden afgehandeld.
Het hof verwierp ook het beroep op de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden en de werkkostenregeling wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast werd gesteld dat het onderzoek naar de aangifte niet onrechtmatig was, ook niet op grond van vermeende onrechtmatige risicoselectie. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV inclusief premieheffing volksverzekeringen wordt bevestigd.