Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Het verzoek in eerste aanleg
5.De beschikking van de kantonrechter
6.De verzoeken in hoger beroep
primair: voor recht te verklaren dat [werknemer] nooit in dienst van Blue is getreden en [werknemer] te veroordelen tot terugbetaling van de in aan [werknemer] betaalde bedragen van in totaal € 75.395,13 bruto en € 1.376,06 netto (voorschotbetaling augustus 2022);
7.Beoordeling van het hoger beroep
eisverminderinggeldt bovengenoemde regel niet. Dit betekent dat het hof in het principaal appel recht zal doen op de vorderingen zoals opgenomen in het beroepsschrift, met overneming van de eisvermindering opgenomen in de spreekaantekeningen van [werknemer] . Deze eisvermindering houdt in dat hij uitgaat van het door Blue opgegeven aantal vakantie uren van 223 en dat op zijn vordering een bedrag van € 6.249,09 bruto, zijnde het bedrag dat het UWV ter zake van vakantie uren aan [werknemer] heeft voldaan, in mindering strekt.