Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 22 maart 2023
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Geschil2. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2019 naar de staat per 1 januari 2020. Meer specifiek is in geschil of de waarde van het object inclusief of exclusief btw dient te worden vastgesteld.
Beoordeling van het geschil
Een van de criteria is verder dat moet worden beoordeeld of een en ander in overeenstemming is met hetgeen ‘normaal’ is. (…) Voor een gebouwd eigendom in aanbouw kan ook de omzetbelasting een rol spelen. Voor de component omzetbelasting wordt voor hetgeen ‘normaal’ is aangesloten bij de waardebepaling die zou gelden voor gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming. Dat betekent dat (…) courante niet-woningen in aanbouw (…) op grond van artikel 17, tweede lid van de Wet WOZ, worden gewaardeerd inclusief omzetbelasting.”[1]
[2] ECLI:NL:GHSHE:2022:254
[3] ECLI:NL:GHARL:2021:760
[4] Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9054”
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
marktwaardegenoemd.
vervangingswaardeen na het aanbrengen van deze correcties de
gecorrigeerde vervangingswaardegenoemd.
nietvoorziet in een wijziging van artikel 17, lid 3, Wet WOZ zoals die bepaling volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient te worden gelezen (zie hiervoor onder 5.3.5) en juist
welvoorziet in een onverkorte toepassing van dat artikellid bij de bepaling van de waarde van objecten in aanbouw (zie hiervoor onder 5.4.1 en 5.4.2) – onvoldoende om op grond daarvan te concluderen dat de aan de eigenaar van een object in aanbouw in rekening gebrachte omzetbelasting steeds, dus ook als de eigenaar deze in aftrek kan brengen op de door hem verschuldigde omzetbelasting, tot de (gecorrigeerde) vervangingswaarde van een onroerende zaak behoort.
Proceskosten en griffierechten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens de beslissing over de proceskosten;
- wijzigt de beschikking aldus dat de waarde van de onroerende zaak nader wordt vastgesteld op € 10.000.000;
- vermindert de aanslag dienovereenkomstig;
- veroordeelt de Heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor beroep en hoger beroep van € 3.348;
- draagt de Heffingsambtenaar op belanghebbende de door haar betaalde griffierechten van