Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 12 december 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
- Belanghebbende verleent aan Holding het recht om 102.564 aandelen [Naam] te kopen tegen een prijs van € 10 per stuk. Het recht loopt tot en met 20 december 2013. De door Holding verschuldigde premie is vastgesteld op € 394.871,40 (102.564 x € 3,85).
- Holding verleent aan belanghebbende het recht om 102.564 aandelen [Naam] te kopen tegen een prijs van € 16 per stuk. Het recht loopt tot en met 20 december 2013. De door belanghebbende verschuldigde premie is vastgesteld op € 194.871,60 (102.564 x € 1,90).
- Belanghebbende verleent aan Holding het recht tot en met 15 december 2017 150.000 aandelen [Naam] te kopen tegen een prijs van € 7 per stuk. De door Holding verschuldigde premie is vastgesteld op € 487.500 (150.000 x € 3,25) (het optierecht van Holding).
- Holding verleent aan belanghebbende het recht tot en met 15 december 2017 150.000 aandelen [Naam] te kopen tegen een prijs van € 15 per stuk. De door belanghebbende verschuldigde premie is vastgesteld op € 93.000 (150.000 x € 0,62) (het optierecht van belanghebbende).
Hof] licht vervolgens de casus (…) toe (…) en informeert ons als volgt. De casus is niet ingegeven vanwege het fiscale resultaat, maar vanwege het feit dat de DGA behoefte heeft aan middelen in privé.
Hof] geeft vervolgens aan dat het doel van de optieconstructie is een stroom van liquide middelen te creëren van de BV naar de DGA, zonder een dividend of lening te construeren.
Hof] gebeurd. Waarom de optiecontracten zijn beëindigd in 2016 en niet weer opnieuw zijn doorgerold? Daar had [belanghebbende] geen verklaring voor. Mogelijk had dat te maken met de lopende discussie over 'lenen uit de BV '. Verder had hij ook geen goed gevoel meer bij [Belastingadviseur] .”