ECLI:NL:GHDHA:2024:948
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking loonvordering en loondoorbetaling tijdens ziekte
De werknemer trad in 1998 in dienst bij Bolidt KT en verhuisde in 2001 naar Amerika waar hij bij een dochteronderneming werkte. In 2020 keerde hij terug naar Nederland en werd in april 2022 arbeidsongeschikt. De arbeidsovereenkomst met de dochteronderneming werd in februari 2023 opgezegd. De kantonrechter veroordeelde Bolidt KT in kort geding tot betaling van € 12.598,94 netto per maand aan de werknemer.
Bolidt KT startte een bodemprocedure en een incident op grond van artikel 223 Rv Pro, waarbij zij verzocht werd ontheven te worden van de verplichting tot betaling boven € 3.605,32 bruto per vier weken. De kantonrechter wees dit verzoek toe. De werknemer ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof overwoog dat de vraag of er nog een arbeidsovereenkomst bestaat onderdeel is van de bodemprocedure en dat bewijslevering daarvoor nodig is. Het hof vond onvoldoende grond om in het incident vooruit te lopen op de bodemprocedure en bevestigde dat het kortgedingvonnis geen gezag van gewijsde heeft. Tevens oordeelde het hof dat het beroep van Bolidt KT op artikel 7:629 lid 1 BW Pro terecht is, ondanks dat het beleid hierover niet tijdig is gecommuniceerd.
De klachten van de werknemer werden ongegrond verklaard en het hoger beroep werd verworpen. Het hof bepaalde dat iedere partij de eigen kosten draagt, conform artikel 7:629a lid 6 BW, waardoor de werknemer niet in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die Bolidt KT ontheft van loonbetaling boven het wettelijk maximum en bepaalt dat partijen ieder de eigen kosten dragen.