Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 september 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag Bpm tot op een bedrag van € 4.305 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 417;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 583;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.060;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiser te vergoeden;
- draagt de Staat en verweerder op om de toegekende vergoedingen te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiser;
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak, dan wel, indien dit een later gelegen datum is, vier weken na de datum waarop opgaaf is gedaan van een bankrekening op naam van eiser.”
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
.
Proceskosten en griffierecht
€ 1.294 (2 punten (bezwaarschrift en hoorzitting) à € 647 1 (gewicht van de zaak) (vgl. HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060).
€ 365) aan het voor de behandeling in beroep betaalde griffierecht (van € 184) aan belanghebbende te vergoeden. Het Hof zal daarom de Inspecteur opdragen het voor het beroep betaalde griffierecht tot een bedrag van € 184 aan belanghebbende te vergoeden. Voorts dient het door belanghebbende betaalde griffierecht in hoger beroep van € 279 te worden vergoed.
Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen inzake de proceskosten in bezwaar en de vergoeding van het griffierecht;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in bezwaar tot een bedrag van € 1.294;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 181,40;
- gelast de Inspecteur het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 463 te vergoeden; en
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.