Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer kantonrechter Rotterdam : 10605485 CV EXPL 23-19909
1.[appellante 1] B.V,
1.[appellante 1] B.V,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
In de zaak met nummer 200.346.943/01
- de dagvaarding van 16 augustus 2024 waarmee [appellante 1] en [appellante 2] in hoger beroep zijn gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 24 mei 2024;
- de memorie van grieven van [appellante 1] en [appellante 2], met bijlagen;
- de memorie van antwoord van FNV, met bijlagen.
- de spoedappeldagvaarding (met grieven) van 19 november 2024 waarmee FNV in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 oktober 2024 (hierna: het kortgedingvonnis);
- de akte uitlating en overlegging productie van FNV;
- de incidentele vordering tot verwijzing en voeging tevens memorie van antwoord van [appellante 1] en [appellante 2], met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident van FNV;
- het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 maart 2025, met zaaknummer 200.348.578/01, waarbij de zaak is verwezen naar dit hof voor een gezamenlijke behandeling met de hoofdzaak.
3.Feiten en procedure in eerste aanleg
- tot naleving van de art. 7 lid 4 sub Pro b, 10, 19, 21 (ten aanzien van [appellante 2]), 25, 26a, 40, 67a, 68 en 69 van de cao over de periode 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2022 en over de periode 13 januari 2023 tot en met 1 juni 2023, alsmede de afgifte van (kort gezegd) bewijsstukken dat de cao in deze periodes op correcte wijze is toegepast en dat de benodigde nabetalingen aan de werknemers zijn voldaan, een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [appellante 1] en [appellante 2] daarmee in gebreke blijven, te rekenen vanaf vier weken na betekening van het vonnis;
- tot betaling aan de betreffende werknemers van de loonaanspraken, toeslagen en/of vergoedingen die voortvloeien uit de hiervoor genoemde veroordeling, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% over de verschuldigde bedragen en de wettelijke rente, een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag indien [appellante 1] en [appellante 2] niet binnen vier weken na dagtekening van het vonnis aan de veroordeling voldoen;
- tot betaling van schadevergoeding aan FNV ten bedrage van € 4.400,- (ten aanzien van [appellante 1]) en € 17.837,50 (ten aanzien van [appellante 2]).
hof) van € 40,- per dag die betaald is, in mindering kan komen op een en ander, is wat FNV betreft ook geen discussiepunt.” Het hof leidt hieruit af dat de gewenste verrekening niet langer een discussiepunt is.
4.Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- bekrachtigthet vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellante 1] en [appellante 2] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van FNV tot op heden begroot op € € 3.567,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante 1] en [appellante 2] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben betaald;
- bepaalt dat als [appellante 1] en [appellante 2] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak hebben voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante 1] en [appellante 2] de kosten van die betekening moeten betalen, plus extra nakosten van € 98,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante 1] en [appellante 2] deze niet binnen veertien dagen na betekening hebben betaald;
in de zaak met nummer 200.353.717/01:
opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellante 1] en [appellante 2] in de kosten van de procedure bij de rechtbank, aan de zijde van FNV tot op 22 oktober 2024 begroot op € 2.459,22;
- veroordeelt [appellante 1] en [appellante 2] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van FNV tot op heden begroot op € 3.596,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante 1] en [appellante 2] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben betaald;
- bepaalt dat als [appellante 1] en [appellante 2] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak hebben voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante 1] en [appellante 2] de kosten van die betekening moeten betalen, plus extra nakosten van € 98,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante 1] en [appellante 2] deze niet binnen veertien dagen na betekening hebben betaald;