Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 8 november 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 11 augustus 2022;
- het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor van [appellant] , met bijlagen van 19 januari 2023;
- het arrest van dit hof van 21 februari 2023, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de gecombineerde mondelinge behandeling van 16 mei 2023;
- de beschikking van dit hof tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor van 5 maart 2024;
- het proces-verbaal van het (voorlopig) getuigenverhoor van [getuige] van 3 juli 2024;
- de memorie van grieven van [appellant] , met de bijlagen 1 tot en met 3;
- de memorie van antwoord van Ship Motion , met bijlage 1;
- de bijlagen 4 tot en met 6 van [appellant] en bijlage 2 van Ship Motion die zij ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
SAPS beeld van de rechterschouder met een bewegingsbeperking en veel pijn in de rechterschouder”. Verder concludeert hij tot “
Hypertonie van de trapezius, TET en deltoideus regio rechts” en komt hij tot een behandelplan van twaalf weken met als doel weer kunnen werken zonder pijnklachten.
8 februari een zwar[t]e takel tegen het hoofd gekregen op de werkvloer, hierdoor achterover gevallen, nadien meer pijnklachten schoudergordel, vooral rechts. Functie arm/schouder intact, maar meer pijn”. Na 15 maart 2018 is [appellant] ook op 20 maart, 22 maart, 25 september en 18 oktober bij de huisarts geweest met aanhoudende pijnklachten en vanaf 25 september 2018 toegenomen pijnklachten (in de rechterschouder) en vanaf 18 oktober 2018 melding van pijn die uitstraalt naar de nek, rug en borst.
.
7.Beslissing
- verklaart voor recht dat Ship Motion jegens [appellant] aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het ongeval van 8 februari 2018;
- veroordeelt Ship Motion om aan [appellant] te vergoeden alle door hem geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat;
- veroordeelt Ship Motion in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] begroot op € 1.190,65, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Ship Motion deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt Ship Motion in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] begroot op € 5.527,18, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Ship Motion deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als Ship Motion niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Ship Motion de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Ship Motion deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de kostenveroordelingen betreft;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd;